Skip to main content

Veel hooi op de fietsvork tussen Oudenburg, Gistel en het Vloethemveld

Image: 

Over deze route

Teaser description: 

Neem nooit te veel hooi op je vork. Een wijze raad die je voor een keer vrolijk in de polderwind slaat. Dit is een onvolledige opsomming van de hooiopper die op jouw fietsvork wacht: een stadje met een Romeins verleden, een kerkruïne die gelukkig bewaard bleef, een zandwinningsput die vogelreservaat werd, een oud bos waar munitie plaatsmaakte voor recreatie en natuur, groene kanaaloevers die je laten neerkijken op vogelrijk natland, een tot fietspad omgeturnde spoorwegzate die door heel wisselende landschappen snijdt en historische kreken in de achtertuin van het Oostendse stadscentrum.
Afwisseling troef dus. Die onder andere haar oorsprong vindt in het reliëf en de bodem. Of van de vette klei in het lage polderland ten noorden van Gistel tot het schrale zand in en om het Zedelgemse Vloethemveld. Komt daarbij nog dat zowel in Gistel als in Oudenburg de hoogtelijnen een paar gekke bochten maken. In mensentaal gezegd: de twee stadskernen liggen op een iets hogere wig, die als een vinger boven hun lage en dus natte omgeving uitsteekt. De Romeinen merkten die verhevenheid op en kozen Oudenburg uit om er een castellum (legerkamp) te bouwen. Dat liet sporen na die tot op heden te bewonderen zijn.

Startpunt

Startpoint title: 
Oudenburg, kerk

Afstand

Length: 
43.00
  ( 9 stemmen )

Info Route

Hoogteprofiel

Reacties

Beschrijving

Teaser description: 

Neem nooit te veel hooi op je vork. Een wijze raad die je voor een keer vrolijk in de polderwind slaat. Dit is een onvolledige opsomming van de hooiopper die op jouw fietsvork wacht: een stadje met een Romeins verleden, een kerkruïne die gelukkig bewaard bleef, een zandwinningsput die vogelreservaat werd, een oud bos waar munitie plaatsmaakte voor recreatie en natuur, groene kanaaloevers die je laten neerkijken op vogelrijk natland, een tot fietspad omgeturnde spoorwegzate die door heel wisselende landschappen snijdt en historische kreken in de achtertuin van het Oostendse stadscentrum.
Afwisseling troef dus. Die onder andere haar oorsprong vindt in het reliëf en de bodem. Of van de vette klei in het lage polderland ten noorden van Gistel tot het schrale zand in en om het Zedelgemse Vloethemveld. Komt daarbij nog dat zowel in Gistel als in Oudenburg de hoogtelijnen een paar gekke bochten maken. In mensentaal gezegd: de twee stadskernen liggen op een iets hogere wig, die als een vinger boven hun lage en dus natte omgeving uitsteekt. De Romeinen merkten die verhevenheid op en kozen Oudenburg uit om er een castellum (legerkamp) te bouwen. Dat liet sporen na die tot op heden te bewonderen zijn.